Terug naar het overzicht...

Proeverij Midden en Zuid-Italie 15-11-2011

Proeverij van dinsdag 15 november 2011 te Geulle in Limburg.

 

Midden- en Zuid-Italië

 

Italië bestaat uit twintig min of meer zelfstandige regio’s. Wij kunnen stellen dat er ook evenveel wijngebieden zijn. Om Italië te ontdekken en vooral te begrijpen moet je steeds weer inspanning leveren en het leerproces kan lang duren. Maar eens hier doorheen word je als het ware betoverd door dit mooie land, door zijn kunst en cultuur, door zijn bevolking, door zijn melodieuze taal en uiteraard ook door zijn wijn. Die bevolking is in het zuiden trouwens heel erg sympathiek.

 

Wij hebben gekozen voor minder bekende wijnen uit drie zuidelijke regio’s, Abruzzo, Campania en Calabria. Vanavond leggen wij vooral de nadruk op Abruzzo, omdat het mijns inziens lange tijd een ondergewaardeerde regio is geweest die wij alleen maar kenden door zijn slobberwijntjes uit de promotieaanbiedingen van supermarkten en uit de pizzeria. Wij moeten er onmiddellijk aan toevoegen dat een deel van die anonieme massaproductie sinds een tweetal decennia voor een stuk is geëvolueerd naar kwaliteitsproducten.

 

Abruzzo, met Aquila als hoofdstad, ligt aan de oostzijde van Italië, van de Apennijnen tot tegen de Adriatische zee, iets verder dan halverwege de laars. Deze regio bestaat uit vier provincies: Teramo, Pescara, Chieti en Aquila, waarvan de hoofdplaatsen telkens dezelfde naam dragen. De belangrijkste stroom is de Pescara die van de meer centraal gelegen Apennijnen in Pescara, de hoofdplaats van de gelijknamige provincie, in de Adriatische zee uitmondt. De Apennijnen die hier tweederde van de oppervlakte beslaan, bepalen het landschap en het klimaat. Denken wij maar even aan de bergpieken van de Gran-Sasso, de Maiella, de Sirente-Velino en de Parco Nazionale d’Abruzzo die alle veel toffe skioorden herbergen. De wijngaarden kunnen wij grosso modo situeren tussen de Apennijnen en de Adriatische zee. Zij worden enigszins beschermd door de Apennijnen. De microklimaten van deze door de zon doorstoofde hellingen variëren van een warm zeeklimaat tot een koel bergklimaat. Enerzijds kennen wij de bora, een koude noordenwind en de hete scirocco die beide voor enorme temperatuurverschillen kunnen zorgen en daardoor ook voor grote kwaliteitsverschillen in de druivenoogst. Theoretisch is het hier wel mogelijk om gelijk welke druif te verbouwen.

 

De belangrijkste druivenrassen voor witte wijnen zijn de trebbiano (synoniemen: bombino bianco, ugni blanc) en de pecorino (een vergeten soort die terug in opmars is) alsook de laatrijpende montepulciano (synoniemen: cordisco, morellone, primaticcio, uva abruzzese) en de sangiovese voor rosé en rode wijnen. De trebbiano d’Abruzzo is een betere variant van de trebbiano toscano en beide varianten worden er verbouwd.

 

Abruzzo gebruikt een eigen klasseersysteem met globaal genomen slechts een onderscheid tussen de druivensoorten, namelijk de “DOC trebbiano d’Abruzzo”, al dan niet met houtopvoeding en de “DOC montepulciano d’Abruzzo”, zonder of met houtrijping. Uitzonderingen hierop zijn de subzones van de “DOC Controguerra” en de “DOCG montepulciano d’Abruzzo, Colline Teramane”. Uiteraard bestaan er ook een tiental IGT-wijnen, waaronder enkele zeer interessante dessertwijnen van moscatodruiven en passitowijnen van gedroogde druifjes. Cerasuolo is de roséwijn van de “DOC Montepulciano d’Abruzzo”. Slechts 20 % van de productie valt onder de DOC- of de DOCG-status.

 

Een specialiteit uit deze regio is de “vin(o) cotto”, die enkel voor eigen familiale consumptie wordt gemaakt en die door de huidige E.U.-regelgeving niet meer mag worden gecommercialiseerd. Deze versterkte wijn komt tot stand door ingekookt wit druivensap toe te voegen aan vers geperste most en dat samen te laten gisten. Het resultaat is een barnsteenkleurige, stroperige en bitterzoete wijn van ongeveer 19 % met pruimensmaak die als digestief wordt gedronken. In de Val Peligna wordt geëxperimenteerd met uitheemse druiven zoals pinot grigio, Rheinriesling, Gewürzraminer, Grüner Veltliner en sejve villard. Op diverse plaatsen worden ook mooie houtgerijpte chardonnays gemaakt onder de IGT-status.

 

De Abruzzese keuken:

De Abruzzesen houden van stevig gekruide maaltijden en van stevige porties. Denk even aan de “panarda”, een menu van ongeveer 30 gangen dat een paar decennia geleden nog vaak werd geserveerd. Ondanks de massale aanwezigheid van vis aan de Adriatische zee is de Abruzzese keuken vooral op vlees gebaseerd, hoewel ook hier sprake is van enige evolutie naar vis en aanverwante. Dit is historisch te verklaren doordat de meeste inwoners afstammen van schaapherders, die lamsvlees terecht als een delicatesse beschouwden.

 

Enkele specialiteiten:

Maccheroni alla chitarra: vierkante pastasliertjes

Sagnacce teatine: een soort grove tagliatelli uit de provincie Chieti

Pecorino: schapenkaas

Diavolino: een bereiding van scherpe rode pepers

Agnello alla diavola: lamsvlees met rode pepers

Rosticini: geroosterde spiesjes van lams- of varkensvlees

Porchetta: in zijn geheel op het spit geroosterd speenvarken

Le sette Virtù: zeven deugdensoep uit Teramo, oorspronkelijk 7 dagen lang bereid

door 7 jonkvrouwen met elk 7 verschillende ingrediënten

Stracci of Fregnacce: specialiteit uit Aquila en Teramo,bestaande uit

ovengebakken vlees met bechamel, kaas en groenten

‘Ndocca-‘ndocca: stoofpot uit Teramo van orgaanvlees, vleeskrapjes,

varkenspoot en –kop met paprika, rozemarijn en azijn

Brodetto pescarese: vissoep met groene paprika’s uit Pescara

Pasta-fagioli: witte of bruine bonensoep met pasta

Scrippelle ‘mbusse: soort flensjes, ook in stukjes in bouillonsoep gebruikt

 

 

Wijn nr. 1

Nicodemi, Notàri, DOC trebbiano d’Abruzzo, 2010

 

Fattoria Bruno Nicodemi, azienda agricola, ligt in de Contrada Veniglio van het dorp Notaresco in de provincia di Teramo, regio Abruzzo, tussen de rivieren de Vomano en de Jordino. Het is een zeer net en modern familiebedrijf, sinds 1970, van 38 ha aaneengesloten meestal zuidelijk en zuidwestelijk georiënteerde wijngaarden, gelegen tussen 250 en 300 meter boven de zeespiegel. Dertig hectaren hiervan liggen in de “DOCG Montepulciano d’Abruzzo Colline teramane”. Zij combineren traditie en moderne vinificatietechnieken op een succesvolle manier. Zij vallen geregeld in de prijzen op wijnconcours en exporteren 70 % van hun opbrengst. Na de dood van de oprichter Bruno Nicodemi in 2000 wordt het wijngoed met dezelfde passie verder gerund door zijn kinderen Elena en Alessandro.

 

Het klimaat is zeer gematigd en de heuvelachtige bodem bestaat uit leem die veel kalk bevat. In droge periodes passen zij druppelirrigatie toe en het water hiervoor pompen zij op uit hun eigen stuwmeertje.

 

Alle druiven worden met de hand geplukt en worden in roestvrij stalen tanks met temperatuurcontrole langzaam gegist op 18°C voor wit en op 25°C voor rood. Noch de most noch de wijn worden gefilterd. De witte druiven worden onmiddellijk geperst en in gisting gezet. Voor de frissere wijnen van rode druiven duurt de maceratie met schilcontact 5-6 dagen en 7-14 dagen voor de meer geconcentreerde.

Voor de rijping van de klassieke montepulciano worden grote eiken vaten van 2500 liter gebruikt en voor de opvoeding van de kwaliteitswijnen barriques van Franse eik van 225 liter en grotere eiken vaten van 500 liter. Deze wijnbouwer bezit een zeer mooie barriqueskelder, een eigen bottelinstallatie en een geklimatiseerd magazijn voor de flesrijping gedurende 3 tot 8 maanden.

Oenoloog: Paolo Caciorgna.

 

Deze Notàri is een droge witte wijn is gemaakt van 100 % trebbiano d’Abruzzo (de tweede beste soort trebbiano na de trebbiano di Lugana aan de zuidzijde van het Gardameer; de minste is de trebbiano toscano). De wijngaard van 3 ha waaruit deze druiven werden geselecteerd ligt naar het oosten en het zuidoosten. De stokken werden aangeplant tussen 1972 en 1985 op een sterk kleiachtige leem en kalkbodem. Rendement tussen 40 en 45 hl per ha en de oogst vond eind september plaats. Tien procent van de druiven werd opgevoed in nieuwe Franse barriques en de overige 90 % heeft zes maanden op eigen gistrest (sur lie) gerijpt in inox tanks.

13 % alcohol

 

 

Wijn nr. 2

Zaccagnini, Yamada pecorino, IGT Colline pescaresi,2010

 

Het familiebedrijf, Azienda agricola Ciccio Zaccagnini, is 50 ha groot en ligt in de Contrada Pozzo van het dorp Bolognano in de provincia Pescara, regio Abruzzo. Het werd in 1978 opgericht door Ciccio Zaccagnini, die niet alleen door wijn gepassioneerd is maar ook door schilder- en beeldhouwkunst en moderne architectuur. Het hoofdgebouw van zijn wijngoed heeft de vorm van een vleugel van een zeemeeuw en de bottelkelder vormt het oog van de meeuw. Momenteel heeft de zoon Marcello Zaccagnini de leiding en hij heeft een uitstekende oenoloog in dienst, namelijk Concezio Marulli.

Hun wijnen van de San Clemente-wijngaard zijn van uitstekende kwaliteit: o.a. DOC Montepulciano en Trebbiano en IGT Chardonnay, alle met een correct aangepaste barriquerijping, vallen geregeld in de prijzen (bekertjes in de Gambero Rosso enz.). Het wijngoed verkoopt in Italië zelf zijn klassieke wijntjes aan de grootdistributie en zijn klassewijnen aan de betere restaurants, maar moet het voor ongeveer 65 % hebben van export naar Noord-Europa, Noord-Amerika, Australië en Venezuela.

 

Deze Yamada is een droge witte wijn. Hij werd gemaakt van 100 % pecorinodruiven. De pecorino (synoniem: vissanello) komt hoofdzakelijk voor in de Marche en in Abruzzo. Volgens het tijdschrift “Perswijn” zou dit druivenras identiek zijn aan trebbiano, maar dat is onjuist. De pecorino is een zeer oud ras dat van oorsprong uit de zuidelijke Marche komt en dat genetisch niet verwant is met trebbiano. Deze druif beleeft een heropleving, omdat men de vaak vlakke en soms platte trebbiano beu is geworden. Deze druif geeft wijnen met veel body, flinke zuren, een rijke smaak van tropisch fruit, wat mineralig en stenig.

De naam “Yamada” is Japans voor bergweide, gewoon een commercieel goed klinkende naam. De wijngaard ligt in de Contrada Pozzo, een gehucht van Bolognano, op een bodem van halfzware klei. Zij passen de Guyot-snoei toe.

De druiven worden met de hand geplukt en gesorteerd. Daarna worden ze zachtjes gekneusd en wordt een maceratie met droog kunstijs toegepast. Daarna wordt onmiddellijk geperst onder vacuum. De voorloopmost wordt gefilterd en de persmost wordt geklaard door overheveling. Beide worden in gisting gezet op lage temperatuur in roestvrij stalen tanks met temperatuurcontrole. Daarna wordt de wijn versneden om verder te rijpen in stalen tanks.

Zaccagnini bottelt zijn wijnen zelf en laat deze wijn nog 4 maanden rijpen op fles.

Zuren: 6,7 gram per liter.

 

 

Wijn nr. 3 a):

Feudo di San Gregorio, DOC Sannio falanghina, 2010

 

Het domein Feudo di San Gregorio ligt in het dorp Sorbo Serpico, provincia di Avellino, regio Campania met als hoofdstad Napels. Dit is midden in het gebied Irpinia in de Apennijnen, een streek met een zeer rijk historisch verleden, zeker wat de wijn betreft. Paus Gregorius de Grote, kerkvader van 590 tot 604, heeft hier aan wijnbouw gedaan. Het is ook een wijngebied met veel tegenstellingen, ruwe bergketens en zacht glooiende hellingen door elkaar, afgewisseld door rivieren en meren. Het is een zeer dicht begroeide en bosrijke streek. De streek bezit een bijzonder microklimaat ten opzichte van de rest van het erg warme Avellino. Hier heeft men korte harde winters met veel sneeuw en lange zomers met eerder gematigde en erg milde temperaturen.

Dit wijnhuis werd opgericht in 1986 door de familie Ercolino Capaldo en bezit 216 ha wijngaarden en huurt nog 90 ha. Deze familie heeft door streven naar kwaliteit en correcte wijnbereiding een waar wijnimperium opgebouwd en behoort tot de tien beste wijnhuizen van gans Italië. Hun succes heeft een symboolfunctie voor de heropleving van de wijnbouw in Zuid-Italië. Zij maken gebruik van de diensten de bekende Italiaanse reizende oenoloog Riccardo Cotarrelli en de heer Pieropaolo Sirch is hun landbouwingenieur die instaat voor hun wijngaarden, die alle tussen 350 en 600 meter hoogte liggen. De ondergrond van de wijngaarden bestaat uit sedimentgesteenten, kalksteen, conglomeraten en vulkanische assen.

Deze wijn bestaat uit 100 % falanghina, een plaatselijk druivenras.

Falanghina:

Autochtoon druivenras van hoge kwaliteit dat enkel in Campania voorkomt. Naast droge wijnen kan deze druif ook lekkere zoete passito opleveren. Bij de betere producenten met dit ras horen dit bedrijf, Di Majo Norante, Mastroberardino, Villa Matilda,….

De hier gebruikte druiven komen van de wijngaard “Serrecielo di Paupisi” en werden met de hand geplukt en streng gesorteerd. Na kneuzing en persing werden ze in gisting gezet, deels op stalen tanks met temperatuurcontrole op lage temperatuur en deels op grote eikenhouten vaten van 5000 liter op de klassieke manier. Na de alcoholische gisting blijft de wijn nog 6 maanden rusten op zijn gistrest (sur lie).

Alcohol: 13 % vol.

 

 Oz Clarke beweert in zijn boek “Druiven en Wijnen” dat de falanghinadruif misschien de basisdruif zou zijn voor de Falernische wijn uit de Romeinse Oudheid en gemaakt van de amineum. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de Romeinse aminea-druif feitelijk de greco di tufo is.

 

 

Wijn nr. 3 b):

Villa Matilda, Caracci, DOC Falerno del Massico, 2005 (selectie en presentatie: Klaus Dylus)

Wijngaard: Tenuta di “San Castrese”

Het is een kleine wijngaard van circa 3 hectare, in 1968 aangeplant op 150m boven de zeespiegel, vlak bij de Tireense Zee, op de hellingen bij de vulkaan de Roccamonfina

De stokken staan op vulkanische zandbodem rijk aan fosfor, permanganaat alsook ijzer en silicaat. Per hectare staan 5000 stokken van de falanghinadruiven . De snoei is guyot met circa 6 tot 8 knoppen.

De oogst heeft plaats in de eerste 10 dagen van oktober en brengt circa 45 hl per ha op. Koele gisting op de schil voor het verkrijgen van de grootst mogelijke aromatische en structurele extractie. Hierna worden de druiven geperst en gist de most voor 20 dagen op Allier eikenhouten vaten. Men beoogt op die manier de in de druiven aanwezige natuurlijke fijnkorrelige structuren van de wijngaard en diens speciaal terroir naar voren te halen.

Rijping: 5 maanden in Allier barriques, daarna botteling en nog eens 8 maanden rijping op de fles.

In 1989 is de Caracci voor het eerste geproduceerd met nadien een jaarlijks gemiddelde van 20.000 flessen.

Houdbaarheid 10 tot 12 jaar.

Aanbevolen drinktemperatuur: 12°C

Proefnotities

Beschrijving:

intensief strogeel met gouden reflecties

Bouquet:

prachtig en karakteristiek met hints van wilde rozen, banaan, grapefruit, Williams-peer, kokos, boter, alsook muskus, geroosterd, noten en vanille

Smaakexpressie:

Uitstekende body en karaktervol, fluwelig, sappig, elegant en tegelijkertijd fris.

Lange afdronk

 

Bekroond met:

4 Grappoli A.I.S. nel 1998, 2000,'01, '03. 3 Grappoli nel 1999

Premio Gambero Rosso:

3 bicchieri nel 2004 e nel 2005;

2 bicchieri nel 1993, '94, '99, 2000, '03, '04, '05;

1 bicchiere nel 1990, '91, '92, '95, '98.

Premio Luca Maroni: vino frutto nel 2004.

 

 

Wijn nr. 4:

Librandi, Duca San Felice, DOC Cirò, riserva, 2008

 

Het wijngoed Librandi ligt in het dorp Cirò-Marina, vlakbij Punto Alice aan de zuidkust, aan de Ionische Zee, in de provincia di Crotone van de regio Calabria met als hoofdstad Catanzaro. Het behoort bij de interessantste van Calabria, omdat het veel inspanningen heeft geleverd om de traditie en de innovatie in het wijngebeuren met elkaar te verzoenen. Een paar decennia geleden werden in dit wijngebied enkel dunne, vaak geoxideerde wijnen met meestal veel te lange houtrijping gemaakt. Met het project “Enosis meraviglia” is het erin geslaagd om de Calabrese wijnbouw sterk te herwaarderen, een beetje vergelijkbaar met Alain Brumont in de Madiran. Naast verschillende experimenten met internationale druivenrassen zijn zij ook trouw gebleven aan de autochtone druiven zoals de gaglioppo en de gravella voor rood en de greco bianco voor wit.

 

Het is nu een groot en modern familiebedrijf met 232 ha wijngaarden, dat opgericht werd in 1950 door Nicodemo Librandi. Sinds 2000 hebben de zonen Antonio en Cataldo Librandi de leiding. Zij laten zich bijstaan door de heer Donato Lanati, eminent professor oenologie aan de universiteiten van Torino en Firenze, en door Andrea Paoletti, een landbouwingenieur. Die samenwerking leverde hun als eerste Calabrees wijngoed drie bekertjes op in de “Gambero rosso”.

 

Deze wijn “Duca San Felice”is gemaakt van 100 % gaglioppo.

De gaglioppo (synoniemen: galaffa en uva navarra) is waarschijnlijk van Griekse origine en komt enkel voor in Umbria, Marche, Abruzzo, Campania, Calabria en in het Spaanse Navarra. Het beste resultaat vinden wij terug in de DOC Cirò in Calabria op voorwaarde dat de producent niet te veel houtrijping meegeeft aan de wijn.

Wijngaard: Duca San Felice met een kalkrijke leembodem.

Manuele pluk en daarna machinale kneuzing.

Maceratie met schilcontact: 10 dagen.

Zachte gekoelde persing.

Alcoholische gisting op stalen tanks met temperatuurcontrole bij 28°C.

Rijping van 3 jaar op eiken barriques.

Zuren: 5,6 gram per liter.

Alcohol: 13,5 % vol.

Hij heeft eigenlijk enkele jaren flesrust nodig en is mogelijk nog te jong om te drinken.

Deze 2008 kreeg 3 sterren in de “Guida Veronelli” en 89/100 in de “Wine Avocate”.

 

 

Wijn nr. 5:

Illuminati, Zanna, DOCG Montepulciano d’Abruzzo Colline teramane, riserva, 2007

 

Dit zeer oude wijnhuis, Azienda agricola Dino Illuminati “fattoria Nico” is een familiebedrijf, gelegen in de Contrada San Biagio 18, van de gemeente Controguerra in de provincia di Teramo, regio Abruzzo. Het werd opgericht in 1890 door Nicola Illuminati en het is eind vorige eeuw pas echt succesvol geworden door de inzet van diens kleinzoon Dino Illuminati. Momenteel wordt het bedrijf geleid door zijn zoon Stefano. Zij bezitten 70 ha wijngaarden, sommige bronnen zeggen 120 ha, maar het zou ook kunnen dat zij die 50 ha extra huren.

De familie maakt een combinatie tussen de moderne technieken en het respect voor de klassieke en traditionele vinificatie- en rijpingsmethodes.

 

Hun wijngaarden liggen op 320 meter hoogte tussen de erg hoge Apennijnen van de Gran Sasso (De hoogste piek, de Corno grande, is 2912 meter) en de Adriatische zee en tevens aan de rechteroever van de stroom, de Tronto, die de grens vormt tussen de regio’s Marche en Abruzzo.

Aan deze wijnstreek is ook wat geschiedenis verbonden. Hannibal trok in 217 voor Christus met zijn Carthaags leger hier naartoe, omdat hij in Contraguerra de geschikte wijn vond om zijn troepen weer op krachten te laten komen. Misschien wilde hij ook wel zijn overwinning vieren na de veldslag tegen de Romeinen aan het Trasimeense Meer gelegen in de regio Umbria.

Oenoloog: Claudio Cappellacci.

Landbouwingenieur: Valerio Barbieri.

 

Deze “Zanna” heeft de status van “DOCG Montepulciano d’Abruzzo, Colline teramane”. Hij werd gemaakt van 100 % montepulciano. De druivelaars groeien op een poreuze mergelbodem met kleidominantie in de bovenlaag. Deels wordt de pergolasnoei toegepast met slechts 1100 stokken per ha en deels nieuwe aanplant met guyot snoei, die tot 5000 stokken per ha toelaat. Er werd sterk uitgedund in de wijngaard door het wegsnoeien van jonge groene trosjes. De druiven werden heel laat op het seizoen met de hand geplukt en streng geselecteerd.

Na ontristing en kneuzing geschiedt de maceratie met schilcontact in roestvrij stalen tanks (deels in open lucht) met temperatuurcontrole bij 30°C.

Na de alcoholische gisting op stalen tanks (binnen) wordt de malolactische gisting in dezelfde tanks uitgevoerd. Pas nadien wordt de wijn overgeheveld naar grote vaten van 2500 liter van Slavonische eik om hem 24 maanden te laten rijpen. Zij streven eerder naar micro-oxidatie met enkel tannines van de druiven dan naar de echte houttoets.

Zuren; 5,5 gram per liter

Alcohol: 13,5 % vol.

Bewaarpotentieel tot eind 2017.

Maximum kwoteringen in de “Gambero rosso 2011” met 3 bekertjes en in de “Duemila Vini 2011” met 5 trosjes. Parker gaf hem in 2011 90 punten.

 

 

Wijn nr. 6:

Nicodemi, Notàri, DOCG Montepulciano d’Abruzzo, 2008

 

Deze droge rode wijn is gemaakt van 100 % montepulciano.

Druivenstokken aangeplant tussen 1970 en 1985, gemiddeld zowat 35 jaar oud.

Geselecteerd uit een oostelijk en zuidoostelijk georiënteerde wijngaard van ongeveer 8 ha gelegen op kleiachtige leem met kalk op een hoogte van ongeveer 300 meter.

Oogst: rond 10 oktober 2008

Rendement tussen 40 en 45 hl per ha.

Rijping gedurende 12 maanden op barriques, waarvan 40 % nieuwe en 60 % eenjarige.

Malolactische gisting is voltooid.

Zes maanden rijping op fles

13,5 % alcohol

 

 

Wijn nr. 7

Nicodemi, Neromoro, DOCG montepulciano d’Abruzzo, Riserva, 2007

 

100 % montepulciano

Druivenstokken gemiddeld 40 jaar oud

Oostelijk en zuidoostelijk gericht wijngaard van 4 ha

Bodem: klei, zand en kalk

Rendement: 40 hl per ha

Oogst met de hand met strenge selectie tussen 15 en 20 oktober 2007

16 maanden rijping op barriques van Franse eik, 50 % nieuwe en 50 % eenjarige.

Acht maanden rijping op fles.

14 % alcohol

 

 

Wijn nr. 8

Villa Medoro, Adrano, DOCG Montepulciano d’Abruzzo Colline teramane, 2006

 

Dit familiebedrijf is pas in 1997 opgericht door de huidige eigenares Federica Morricone. Zij komt uit een wijnbouwersfamilie, haar grootvader en haar vader waren actief in de wijnbouw. Het domein is 100 ha groot en ligt in de Contrada Medoro van het stadje Atri in de provincia Teramo. De bodem is kleiachtig met vrij veel kalk. De naam Medoro verwijst naar een kleine burcht in Atri.

Oenoloog: Ricardo Cotarelli.

 

De druivelaars voor deze wijn werden hier enkel in de guyot-vorm gesnoeid. Voor de andere wijnen gebruikt men ook nog druiven van stokken met pergolasnoei.

De oogst gebeurde eind oktober 2006 met de hand en werd ook handmatig gesorteerd.

Maceratie met schilcontact: 25 dagen in roestvrij stalen tanks met temperatuurcontrole. Het saprendement bij het persen wordt beperkt tot 60 %, d.w.z. dat slechts 60 liter most uit 100 kg druiven wordt gewonnen.

Rijping gedurende 12 maanden op nieuwe barriques van Frans eik, met uiteraard malolactische gisting.

Normaal wordt een flesrijping voorzien van 6 tot 8 maanden, maar deze wijn heeft er 18 maanden opzitten.

Zij voorspellen een bewaarpotentieel tot minstens eind 2016.

Alcohil:

 

Wijn nr.9

Zaccagnini, Plaisir, passito bianco, IGT Colline pescaresi, 2010

 

Dessertwijn van 100 % moscato de Castiglione. Dit is de muscat blanc à petis grains, de topdruif van de muscats. De hier gebruikte Italiaanse naam verwijst naar Castiglione Tinella, het kerngebied van de moscatodruiven in de provincia Asti in Piemonte.

Passito verwijst naar ingedroogde druiven, een zogenaamde strowijn.

De druiven blijven in dit geval na het afknippen gewoon in de wijngaard om te drogen in de koele wind die vanuit de Apennijnen, hier vanuit de Maiella naar de Adriatische zee waait doorheen de versmalling die de goal van Popoli vormt.

Indicazione geografica tipica Colline pescaresi, een land- of streekwijn uit de heuvels van de provincia Pescara. Druiven werden met de hand geplukt op de zuidhelling van Pozzo.

Kalkrijke leembodem.

Zachte vacuümpersing met zeer laag rendement, dat slechts 20 hl per ha zou zijn.

Na natuurlijke klaring door overheveling wordt de most in gisting gezet in roestvrij stalen tanks met temperatuurcontrole. Gisting op lage temperatuur rond de 20°C.

Alcohol: 13 % vol.

 

 

Bronnen:

- Wegwijs in Italiaanse Wijn, Guido Francque, uitgave 2006.

- Reiseführer: Die Weinstrassen der Abruzzen, Guiseppe Cavaliere

(Duitse vertaling door Barbara Monteleone en Gabriele Dargel)

- Eigen nota’s van kelderbezoeken bij Zaccagnini, Illuminati en Nicodemi.

 

 

Tekst en presentatie:

Edgar Colson, B-3590 Diepenbeek, november 2011, behalve wijn nr.3,b).

24 januari 2012