Proeverij van dinsdag 15 november 2011 te Geulle in Limburg.
Midden- en Zuid-Italië
Italië bestaat uit twintig min of meer zelfstandige regio’s. Wij kunnen stellen dat er ook evenveel wijngebieden zijn. Om Italië te ontdekken en vooral te begrijpen moet je steeds weer inspanning leveren en het leerproces kan lang duren. Maar eens hier doorheen word je als het ware betoverd door dit mooie land, door zijn kunst en cultuur, door zijn bevolking, door zijn melodieuze taal en uiteraard ook door zijn wijn. Die bevolking is in het zuiden trouwens heel erg sympathiek.
Wij hebben gekozen voor minder bekende wijnen uit drie zuidelijke regio’s, Abruzzo, Campania en Calabria. Vanavond leggen wij vooral de nadruk op Abruzzo, omdat het mijns inziens lange tijd een ondergewaardeerde regio is geweest die wij alleen maar kenden door zijn slobberwijntjes uit de promotieaanbiedingen van supermarkten en uit de pizzeria. Wij moeten er onmiddellijk aan toevoegen dat een deel van die anonieme massaproductie sinds een tweetal decennia voor een stuk is geëvolueerd naar kwaliteitsproducten.
Abruzzo, met Aquila als hoofdstad, ligt aan de oostzijde van Italië, van de Apennijnen tot tegen de Adriatische zee, iets verder dan halverwege de laars. Deze regio bestaat uit vier provincies: Teramo, Pescara, Chieti en Aquila, waarvan de hoofdplaatsen telkens dezelfde naam dragen. De belangrijkste stroom is de Pescara die van de meer centraal gelegen Apennijnen in Pescara, de hoofdplaats van de gelijknamige provincie, in de Adriatische zee uitmondt. De Apennijnen die hier tweederde van de oppervlakte beslaan, bepalen het landschap en het klimaat. Denken wij maar even aan de bergpieken van de Gran-Sasso, de Maiella, de Sirente-Velino en de Parco Nazionale d’Abruzzo die alle veel toffe skioorden herbergen. De wijngaarden kunnen wij grosso modo situeren tussen de Apennijnen en de Adriatische zee. Zij worden enigszins beschermd door de Apennijnen. De microklimaten van deze door de zon doorstoofde hellingen variëren van een warm zeeklimaat tot een koel bergklimaat. Enerzijds kennen wij de bora, een koude noordenwind en de hete scirocco die beide voor enorme temperatuurverschillen kunnen zorgen en daardoor ook voor grote kwaliteitsverschillen in de druivenoogst. Theoretisch is het hier wel mogelijk om gelijk welke druif te verbouwen.
De belangrijkste druivenrassen voor witte wijnen zijn de trebbiano (synoniemen: bombino bianco, ugni blanc) en de pecorino (een vergeten soort die terug in opmars is) alsook de laatrijpende montepulciano (synoniemen: cordisco, morellone, primaticcio, uva abruzzese) en de sangiovese voor rosé en rode wijnen. De trebbiano d’Abruzzo is een betere variant van de trebbiano toscano en beide varianten worden er verbouwd.
Abruzzo gebruikt een eigen klasseersysteem met globaal genomen slechts een onderscheid tussen de druivensoorten, namelijk de “DOC trebbiano d’Abruzzo”, al dan niet met houtopvoeding en de “DOC montepulciano d’Abruzzo”, zonder of met houtrijping. Uitzonderingen hierop zijn de subzones van de “DOC Controguerra” en de “DOCG montepulciano d’Abruzzo, Colline Teramane”. Uiteraard bestaan er ook een tiental IGT-wijnen, waaronder enkele zeer interessante dessertwijnen van moscatodruiven en passitowijnen van gedroogde druifjes. Cerasuolo is de roséwijn van de “DOC Montepulciano d’Abruzzo”. Slechts 20 % van de productie valt onder de DOC- of de DOCG-status.
Een specialiteit uit deze regio is de “vin(o) cotto”, die enkel voor eigen familiale consumptie wordt gemaakt en die door de huidige E.U.-regelgeving niet meer mag worden gecommercialiseerd. Deze versterkte wijn komt tot stand door ingekookt wit druivensap toe te voegen aan vers geperste most en dat samen te laten gisten. Het resultaat is een barnsteenkleurige, stroperige en bitterzoete wijn van ongeveer 19 % met pruimensmaak die als digestief wordt gedronken. In de Val Peligna wordt geëxperimenteerd met uitheemse druiven zoals pinot grigio, Rheinriesling, Gewürzraminer, Grüner Veltliner en sejve villard. Op diverse plaatsen worden ook mooie houtgerijpte chardonnays gemaakt onder de IGT-status.
De Abruzzese keuken:
De Abruzzesen houden van stevig gekruide maaltijden en van stevige porties. Denk even aan de “panarda”, een menu van ongeveer 30 gangen dat een paar decennia geleden nog vaak werd geserveerd. Ondanks de massale aanwezigheid van vis aan de Adriatische zee is de Abruzzese keuken vooral op vlees gebaseerd, hoewel ook hier sprake is van enige evolutie naar vis en aanverwante. Dit is historisch te verklaren doordat de meeste inwoners afstammen van schaapherders, die lamsvlees terecht als een delicatesse beschouwden.
Enkele specialiteiten:
Maccheroni alla chitarra: vierkante pastasliertjes
Sagnacce teatine: een soort grove tagliatelli uit de provincie Chieti
Pecorino: schapenkaas
Diavolino: een bereiding van scherpe rode pepers
Agnello alla diavola: lamsvlees met rode pepers
Rosticini: geroosterde spiesjes van lams- of varkensvlees
Porchetta: in zijn geheel op het spit geroosterd speenvarken
Le sette Virtù: zeven deugdensoep uit Teramo, oorspronkelijk 7 dagen lang bereid
door 7 jonkvrouwen met elk 7 verschillende ingrediënten
Stracci of Fregnacce: specialiteit uit Aquila en Teramo,bestaande uit
ovengebakken vlees met bechamel, kaas en groenten
‘Ndocca-‘ndocca: stoofpot uit Teramo van orgaanvlees, vleeskrapjes,
varkenspoot en –kop met paprika, rozemarijn en azijn
Brodetto pescarese: vissoep met groene paprika’s uit Pescara
Pasta-fagioli: witte of bruine bonensoep met pasta
Scrippelle ‘mbusse: soort flensjes, ook in stukjes in bouillonsoep gebruikt
Wijn nr. 1
Nicodemi, Notàri, DOC trebbiano d’Abruzzo, 2010
Fattoria Bruno Nicodemi, azienda agricola, ligt in de Contrada Veniglio van het dorp Notaresco in de provincia di Teramo, regio Abruzzo, tussen de rivieren de Vomano en de Jordino. Het is een zeer net en modern familiebedrijf, sinds 1970, van 38 ha aaneengesloten meestal zuidelijk en zuidwestelijk georiënteerde wijngaarden, gelegen tussen 250 en 300 meter boven de zeespiegel. Dertig hectaren hiervan liggen in de “DOCG Montepulciano d’Abruzzo Colline teramane”. Zij combineren traditie en moderne vinificatietechnieken op een succesvolle manier. Zij vallen geregeld in de prijzen op wijnconcours en exporteren 70 % van hun opbrengst. Na de dood van de oprichter Bruno Nicodemi in 2000 wordt het wijngoed met dezelfde passie verder gerund door zijn kinderen Elena en Alessandro.
Het klimaat is zeer gematigd en de heuvelachtige bodem bestaat uit leem die veel kalk bevat. In droge periodes passen zij druppelirrigatie toe en het water hiervoor pompen zij op uit hun eigen stuwmeertje.
Alle druiven worden met de hand geplukt en worden in roestvrij stalen tanks met temperatuurcontrole langzaam gegist op 18°C voor wit en op 25°C voor rood. Noch de most noch de wijn worden gefilterd. De witte druiven worden onmiddellijk geperst en in gisting gezet. Voor de frissere wijnen van rode druiven duurt de maceratie met schilcontact 5-6 dagen en 7-14 dagen voor de meer geconcentreerde.
Voor de rijping van de klassieke montepulciano worden grote eiken vaten van 2500 liter gebruikt en voor de opvoeding van de kwaliteitswijnen barriques van Franse eik van 225 liter en grotere eiken vaten van 500 liter. Deze wijnbouwer bezit een zeer mooie barriqueskelder, een eigen bottelinstallatie en een geklimatiseerd magazijn voor de flesrijping gedurende 3 tot 8 maanden.
Oenoloog: Paolo Caciorgna.
Deze Notàri is een droge witte wijn is gemaakt van 100 % trebbiano d’Abruzzo (de tweede beste soort trebbiano na de trebbiano di Lugana aan de zuidzijde van het Gardameer; de minste is de trebbiano toscano). De wijngaard van 3 ha waaruit deze druiven werden geselecteerd ligt naar het oosten en het zuidoosten. De stokken werden aangeplant tussen 1972 en 1985 op een sterk kleiachtige leem en kalkbodem. Rendement tussen 40 en 45 hl per ha en de oogst vond eind september plaats. Tien procent van de druiven werd opgevoed in nieuwe Franse barriques en de overige 90 % heeft zes maanden op eigen gistrest (sur lie) gerijpt in inox tanks.
13 % alcohol
Wijn nr. 2
Zaccagnini, Yamada pecorino, IGT Colline pescaresi,2010
Het familiebedrijf, Azienda agricola Ciccio Zaccagnini, is 50 ha groot en ligt in de Contrada Pozzo van het dorp Bolognano in de provincia Pescara, regio Abruzzo. Het werd in 1978 opgericht door Ciccio Zaccagnini, die niet alleen door wijn gepassioneerd is maar ook door schilder- en beeldhouwkunst en moderne architectuur. Het hoofdgebouw van zijn wijngoed heeft de vorm van een vleugel van een zeemeeuw en de bottelkelder vormt het oog van de meeuw. Momenteel heeft de zoon Marcello Zaccagnini de leiding en hij heeft een uitstekende oenoloog in dienst, namelijk Concezio Marulli.
Hun wijnen van de San Clemente-wijngaard zijn van uitstekende kwaliteit: o.a. DOC Montepulciano en Trebbiano en IGT Chardonnay, alle met een correct aangepaste barriquerijping, vallen geregeld in de prijzen (bekertjes in de Gambero Rosso enz.). Het wijngoed verkoopt in Italië zelf zijn klassieke wijntjes aan de grootdistributie en zijn klassewijnen aan de betere restaurants, maar moet het voor ongeveer 65 % hebben van export naar Noord-Europa, Noord-Amerika, Australië en Venezuela.
Deze Yamada is een droge witte wijn. Hij werd gemaakt van 100 % pecorinodruiven. De pecorino (synoniem: vissanello) komt hoofdzakelijk voor in de Marche en in Abruzzo. Volgens het tijdschrift “Perswijn” zou dit druivenras identiek zijn aan trebbiano, maar dat is onjuist. De pecorino is een zeer oud ras dat van oorsprong uit de zuidelijke Marche komt en dat genetisch niet verwant is met trebbiano. Deze druif beleeft een heropleving, omdat men de vaak vlakke en soms platte trebbiano beu is geworden. Deze druif geeft wijnen met veel body, flinke zuren, een rijke smaak van tropisch fruit, wat mineralig en stenig.
De naam “Yamada” is Japans voor bergweide, gewoon een commercieel goed klinkende naam. De wijngaard ligt in de Contrada Pozzo, een gehucht van Bolognano, op een bodem van halfzware klei. Zij passen de Guyot-snoei toe.
De druiven worden met de hand geplukt en gesorteerd. Daarna worden ze zachtjes gekneusd en wordt een maceratie met droog kunstijs toegepast. Daarna wordt onmiddellijk geperst onder vacuum. De voorloopmost wordt gefilterd en de persmost wordt geklaard door overheveling. Beide worden in gisting gezet op lage temperatuur in roestvrij stalen tanks met temperatuurcontrole. Daarna wordt de wijn versneden om verder te rijpen in stalen tanks.
Zaccagnini bottelt zijn wijnen zelf en laat deze wijn nog 4 maanden rijpen op fles.
Zuren: 6,7 gram per liter.
Wijn nr. 3 a):
Feudo di San Gregorio, DOC Sannio falanghina, 2010
Het domein Feudo di San Gregorio ligt in het dorp Sorbo Serpico, provincia di Avellino, regio Campania met als hoofdstad Napels. Dit is midden in het gebied Irpinia in de Apennijnen, een streek met een zeer rijk historisch verleden, zeker wat de wijn betreft. Paus Gregorius de Grote, kerkvader van 590 tot 604, heeft hier aan wijnbouw gedaan. Het is ook een wijngebied met veel tegenstellingen, ruwe bergketens en zacht glooiende hellingen door elkaar, afgewisseld door rivieren en meren. Het is een zeer dicht begroeide en bosrijke streek. De streek bezit een bijzonder microklimaat ten opzichte van de rest van het erg warme Avellino. Hier heeft men korte harde winters met veel sneeuw en lange zomers met eerder gematigde en erg milde temperaturen.
Dit wijnhuis werd opgericht in 1986 door de familie Ercolino Capaldo en bezit 216 ha wijngaarden en huurt nog 90 ha. Deze familie heeft door streven naar kwaliteit en correcte wijnbereiding een waar wijnimperium opgebouwd en behoort tot de tien beste wijnhuizen van gans Italië. Hun succes heeft een symboolfunctie voor de heropleving van de wijnbouw in Zuid-Italië. Zij maken gebruik van de diensten de bekende Italiaanse reizende oenoloog Riccardo Cotarrelli en de heer Pieropaolo Sirch is hun landbouwingenieur die instaat voor hun wijngaarden, die alle tussen 350 en 600 meter hoogte liggen. De ondergrond van de wijngaarden bestaat uit sedimentgesteenten, kalksteen, conglomeraten en vulkanische assen.
Deze wijn bestaat uit 100 % falanghina, een plaatselijk druivenras.
Falanghina:
Autochtoon druivenras van hoge kwaliteit dat enkel in Campania voorkomt. Naast droge wijnen kan deze druif ook lekkere zoete passito opleveren. Bij de betere producenten met dit ras horen dit bedrijf, Di Majo Norante, Mastroberardino, Villa Matilda,….
De hier gebruikte druiven komen van de wijngaard “Serrecielo di Paupisi” en werden met de hand geplukt en streng gesorteerd. Na kneuzing en persing werden ze in gisting gezet, deels op stalen tanks met temperatuurcontrole op lage temperatuur en deels op grote eikenhouten vaten van 5000 liter op de klassieke manier. Na de alcoholische gisting blijft de wijn nog 6 maanden rusten op zijn gistrest (sur lie).
Alcohol: 13 % vol.
Oz Clarke beweert in zijn boek “Druiven en Wijnen” dat de falanghinadruif misschien de basisdruif zou zijn voor de Falernische wijn uit de Romeinse Oudheid en gemaakt van de amineum. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de Romeinse aminea-druif feitelijk de greco di tufo is.
Wijn nr. 3 b):
Villa Matilda, Caracci, DOC Falerno del Massico, 2005 (selectie en presentatie: Klaus Dylus)