Vertikale proeverij van Coudoulet de Beaucastel, Aoc Côtes du Rhône, de zogenaamde tweede wijn van de Châteauneuf-du-Pape van Château de Beaucastel van: De oorsprongsbenaming Châteauneuf-du-Pape
De AOC Châteauneuf-du-Pape is grootste van de zeven lokale appellations van het zuidelijke Rhônegebied. Châteauneuf-du-Pape ligt tegenover de lokale appellations Lirac en Tavel aan de rechteroever van de Rhône en omvat ca. 3135 ha. Het landschap van het zuidelijke Rhônegebied (Cotes du Rhône Méridionales) is veel vlakker en glooiender dan het noordelijke Rhônegebied.
In de wijngaarden van Châteauneuf-du-Pape is de bodem vaak bedekt met grote roodachtige rolkeien nog een overblijfsel van de Rhônegletsjer. Deze keien slaan overdag warmte op en stralen die 's nachts uit. De onderbodem is bijna altijd kalkrijk. De combinatie van (rode) klei, zand en kiezel zorgt voor een goed gedoseerde drainage die de wortels dwingt vocht en mineralen uit de diepte op te halen.
De rode en witte wijnen van deze appellation zijn de meest gewaardeerde van het zuidelijke Rhônegebied. In de jaren dertig van de vorige eeuw is vanuit Châteauneuf-du-Pape de eerste impuls gekomen om een serieuze wetgeving op wijngebied te ontwerpen. Dankzij deze beweging heeft men het in Châteauneuf-du-Pape voor elkaar gekregen dat maar liefst 14 druivenrassen voor de appellation zijn toegestaan. Van die veertien druivenvariëteiten voor de rode wijnen worden tegenwoordig vooral de grenache noir, cinsault, mourvèdre, syrah, muscardin, counoise, clairette en bourboulenc gebruikt. Tot de minder gebruikelijke variëteiten behoren de vaccarese en de picpoul. De grote Châteauneuf-wijnen zijn zorgvuldige assemblages, waarin de wijnmaker zoekt naar een optimale mix van eigenschappen.
Er zijn zes druivenvariëteiten toegestaan voor de witte wijnen uit Châteauneuf-du-Pape: roussanne, marsanne, muscardin, clairette, bourboulenc en grenache blanc.
Het maximale toegestane rendement voor de AOC Châteauneuf-du-Pape bedraagt 35 hectoliter per hectare. Het wettelijke minimum alcoholgehalte is 12,5%.
De producent
Château de Beaucastel is één van de vooraanstaande producenten van de AOC Châteauneuf-du-Pape met een grote faam voor continuïteit en bewaar potentieel. Onlosmakelijk verbonden met de naam Beaucastel is die van de familie Perrin. Jacques Perrin, de vader van de huidige generatie, de gebroeders Jean-Pierre en François Perrin, legde de basis voor dit succes.
In het begin van de twintigste eeuw raakte Jacques Perrin geïnspireerd door een andere grote Châteauneuf-figuur: Joseph Ducos van Château la Nerthe. Deze wijnboer bedacht de ideale rode assemblage voor een grote Châteauneuf-du-Pape. Met de invoering van een landelijke wijnwetgeving in de jaren dertig van de vorige eeuw onder impuls van de visionairen, Ducos en Perrin, is de collectie van 14 druivenrassen tot de AOC toegelaten.
Al vroeg besefte Jacques Perrin dat de toekomst in de biologische wijnbouw lag. Hij was een aanhanger van de biologische landbouwcultuur volgens de school van Rudolf Steiner en heeft een hierop gebaseerde methode ontwikkeld waardoor elk risico van oxidatie en schimmel praktisch uitgebannen werd. Hierdoor kon het gebruik van SO2 (sulfiet) als antioxidant in het vinificatieproces achterwege blijven en bij de botteling tot een minimum worden beperkt.
Een van die redenen voor het succes van Château de Beaucastel is deze gedurfde methode. De druiven worden met de hand geplukt, gesorteerd en zonder kneuzen volledig ontsteeld. Aansluitend worden de hele druiven zeer kort verhit tot 80 C. en onmiddellijk daarna afgekoeld tot 20 C. Deze verhitting zorgt voor een optimale kleurextractie zonder het biologisch evenwicht te verstoren. De natuurlijke gistsporen op de druivenschil worden direct geactiveerd en er worden dus geen gekweekte gisten gebruikt.
Het product
De 30 hectare Coudoulet-wijngaarden liggen ten oosten van het Château de Beaucastel. De geologische omstandigheden van deze wijngaarden zijn volledig identiek aan die van de Châteauneuf-du-Pape. De bodem is samengesteld uit de kenmerkende laag rolkeien op een toplaag van klei. Daaronder ligt een gemengde laag rode klei, zand en kiezel op een ondergrond van mergelhoudend zandsteen. Maar omdat deze wijngaarden juist buiten de grenzen van de AOC Châteauneuf-du-Pape liggen, men mag alleen de AOC Cotes du Rhône op het etiket vermelden. Men noemt de Coudoulet ook wel de “ tweede “ wijn van de Châteauneuf-du-Pape van Château de Beaucastel.
Misschien een ander reden voor het succes van Château de Beaucastel is het gebruik van een relatief hoog aandeel mourvedre (30%) voor de AOC Châteauneuf-du-Pape-cuvées.
Deze cuvée voor de Coudoulet bestaat uit 30% mourvèdre, 30% grenache, 20% syrah en 20% cinsault.
Elke druivensoort wordt apart gevinificeerd. Na de warmtebehandeling volgt een inweekproces van 12 tot 14 dagen in geëmailleerde vaten gevolgd door een zachte pneumatische persing. Na de malolactische gisting het jaar daarop wordt de wijn uit de vier verschillende druivenrassen gemengd en rijpt vervolgens zes tot acht maanden op grote eiken foeders. Voor de botteling wordt de wijn met eiwit geklaard, maar niet gefilterd.
Tekst : Klaus Dylus, april 2008
Proefnotities:
De enige witte wijn van deze avond kwam uit 2005 en had een groenzweem, was helder en fonkelend. Een kruidige geur, met daarnaast appel, citrus, bloemen en perzik. In de mond komt de kruidigheid terug naast mooie zuren, een goede balans en prima lengte. De wijn ontving 14 punten.
De volgende wijnen waren derhalve allemaal rood. Steeds wordt bij de beoordeling het betreffende jaar als eerste vermeld.
2005:
Paarsrode kleur, mooi helder. In de neus kersen, pruimen, bramen, peper, met een heel lichte houttoon. In de smaak komt het rode fruit terug naast nog stevige zuren en tannines. Balans en concentratie. De wijn heeft een duidelijk bittertje in de afdronk. Nog een paar jaar wegleggen voor het beste resultaat.
Punten: 14
2004:
Ook hier komt het rode fruit weer terug net als in 2005. De zuren in dit jaar zijn fors te noemen. Mooie viscositeit. Iets drogend in de mond. Punten 14,2
2003:
Natuurlijk een extreem warm jaar. Naast het rode fruit valt in deze wijn op dat hij meer boers is. Iets stalgeur, naast tabak en chocolade. Duidelijk meer ontwikkeling dan de recentere jaren. Mooie zuren, wat depot en een prima concentratie. Punten 14,9
2002:
Nog meer dan 2003 het animale, boersige. Randje in het glas al wat bruinend.
Pruimen, iets drop, leer, laurier en kruidigheid in de neus. Deze wijn heeft forse zuren en mist wat balans. De afdronk is wat onfris. Een wat dunne wijn.
Punten 14,6
2001:
Zeer mooie viscositeit. Licht bruinend aan de rand. Ontwikkelde wijn. Mooi op dronk. Pepertje in de neus, naast pruimen en lichte kruidigheid. Mooie zuren en prima balans. Punten 15,1
2000:
Iets dof in het glas. Bruinend randje. Peper, nog wat fruit met name pruimen, kruidigheid. Goed glas, mooi op dronk. Ook hier weer mooie zuren en prima balans. Punten 15,4
1999:
Duidelijk depot in het glas. Bruinend. Goede viscositeit, duidelijk putlucht, animaal. Tertiaire geuren in optima forma. Fruit is afgebouwd. Punten 15,2
1998:
Licht oranje randje. Nog wat fruit in de neus van bramen, kersen en pruimen. Mooi boers, belegen. Vijgen, dadels, leer en laurierdrop. Heel licht zoetje. Volledig op dronk.
Punten 16,4
1997:
Ook deze wijn is volledig op dronk en mooi afgerond. Robijnrood, pruimen, dadels en vijgen en de neus en smaak. Ook deze wijn heeft een klein zoetje en een goede lange afdronk. Punten 15,9
Tekst proefnotities: Ron Budy, mei 2008